Programmadecreet

Vlaamse Begroting
Diensten Afz. Beheer
Vlaamse Rechtspersonen

Het decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de (aanpassing van de) begroting van het jaar X, beter bekend als het “programmadecreet”, is een normatief decreet dat de begroting kan begeleiden om de bepalingen van de begrotingsdecreten uitvoerbaar te maken.

Wegens het grondwettelijke annaliteitsbeginsel gelden de begrotingen maar voor één jaar. Als in de begrotingsdecreten bepalingen van normatieve aard zouden voorkomen, zouden die ook maar voor één jaar gelden, hoewel normatieve bepalingen in beginsel een onbepaalde geldigheidsduur hebben. Denk hierbij bijvoorbeeld aan wijzigingen aan de regelgeving van gewestbelastingen. Daarom worden deze bepalingen in een afzonderlijk (programma)decreet opgenomen. Tegelijkertijd zit hierin ook een belangrijke beperking: maatregelen die geen rechtstreekse band hebben met de begroting, horen niet thuis in het programmadecreet.

Het decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de (aanpassing van de) begroting van het jaar X, beter bekend als het “programmadecreet”, is een normatief decreet dat de begroting kan begeleiden om de bepalingen van de begrotingsdecreten uitvoerbaar te maken.

Wegens het grondwettelijke annaliteitsbeginsel gelden de begrotingen maar voor één jaar. Als in de begrotingsdecreten bepalingen van normatieve aard zouden voorkomen, zouden die ook maar voor één jaar gelden, hoewel normatieve bepalingen in beginsel een onbepaalde geldigheidsduur hebben. Denk hierbij bijvoorbeeld aan wijzigingen aan de regelgeving van gewestbelastingen. Daarom worden deze bepalingen in een afzonderlijk (programma)decreet opgenomen. Tegelijkertijd zit hierin ook een belangrijke beperking: maatregelen die geen rechtstreekse band hebben met de begroting, horen niet thuis in het programmadecreet.

Het decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de (aanpassing van de) begroting van het jaar X, beter bekend als het “programmadecreet”, is een normatief decreet dat de begroting kan begeleiden om de bepalingen van de begrotingsdecreten uitvoerbaar te maken.

Wegens het grondwettelijke annaliteitsbeginsel gelden de begrotingen maar voor één jaar. Als in de begrotingsdecreten bepalingen van normatieve aard zouden voorkomen, zouden die ook maar voor één jaar gelden, hoewel normatieve bepalingen in beginsel een onbepaalde geldigheidsduur hebben. Denk hierbij bijvoorbeeld aan wijzigingen aan de regelgeving van gewestbelastingen. Daarom worden deze bepalingen in een afzonderlijk (programma)decreet opgenomen. Tegelijkertijd zit hierin ook een belangrijke beperking: maatregelen die geen rechtstreekse band hebben met de begroting, horen niet thuis in het programmadecreet.