Begrotingsvoorstellen

Vlaamse Begroting
Diensten Afz. Beheer
Vlaamse Rechtspersonen

Vertrekkende van de begrotingsinstructies bereiden alle betrokken administratieve entiteiten van de Vlaamse Gemeenschap, in samenspraak met het bevoegde kabinet, hun begrotingsvoorstellen voor.

Door de afdeling Beleidsondersteuning en Begroting (BOB) van het departement Financiën en Begroting worden hiertoe, zowel wat de middelen als de uitgaven betreft, historische gegevens m.b.t. de begroting en de uitvoering ter beschikking gesteld zodanig dat de inhoudelijk bevoegde administraties en kabinetten zich hierop kunnen baseren bij het opmaken van hun begrotingsvoorstellen. Ook de budgettaire impact van de indexatieparameters wordt door de afdeling BOB aan de inhoudelijk bevoegde administraties en kabinetten overgemaakt.

Langs ontvangstenzijde wordt van de departementen en de agentschappen zonder rechtspersoonlijkheid een raming van de fiscale en niet-fiscale ontvangsten verwacht.  De inschatting dient te gebeuren binnen de notie constant beleid, dus enkel op basis van de thans geldende reglementering.  Bovendien moeten de voorstellen onderbouwd worden met volgende elementen:

  • bij decreet vastgestelde of wettelijke bepalingen die aan de basis liggen van de raming;
  • de realisaties uit het vorige begrotingsjaar;
  • recentelijk genomen beslissingen van de Vlaamse Regering op het vlak van tarieven, aanslagvoeten, heffingsgrondslagen en vrijstellingen;
  • parameters en wijze van berekening gebruikt bij de vaststelling van de raming.

Ook langs uitgavenzijde moeten de departementen en de agentschappen zonder rechtspersoonlijkheid voor alle vastleggingskredieten een begrotingsvoorstel indienen binnen de notie constant beleid.

Worden o.a. niet onder de notie constant beleid gerekend:

  • Beleidsmaatregelen waarbij de vraag naar overheidsoptreden het huidige overheidsaanbod overstijgt;
  • Kosten waarvan het prijsniveau sterker toeneemt dan de toe te passen index;
  • Opdrijven van het uitvoeringspercentage van decreten;
  • Budgettaire gevolgen van Europese verordeningen of van de aanpassing van Europese cofinanciering;
  • De vermindering van het dekkingspercentage van uitgaven met eigen ontvangsten;
  • Niet – of op beleidskredieten – gecompenseerde budgettaire meervragen voor personeelskredieten (lonen) ten gevolge van een personeelsuitbreiding die niet expliciet door de Vlaamse Regering werd toegestaan;
  • Het ter compensatie aanbieden van niet meer benodigde kredieten voor aflopende maatregelen of eenmalige initiatieven, waarbij deze beschikbare kredieten uit de algemene middelen werden toegekend;
  • Het niet bereiken van begrotingsdoelstellingen en/of niet naleven van afspraken m.b.t. tot de opbouw van begrotingssaldi.

Binnen de vastgestelde kredieten voor constant beleid kunnen budgettair gecompenseerde begrotingsaanpassingen – “compensaties” – worden doorgevoerd indien deze noodzakelijk worden geacht.

Enkel indien de economisch en budgettaire context het toelaat, kunnen er begrotingsvoorstellen voor nieuwe initiatieven ingediend worden.  Dit wordt vooraf vastgelegd in de begrotingsinstructies.  .

Elk begrotingsvoorstel dient voorzien te worden van de nodige verantwoording bij de kredietramingen.

Verder dienen voorstellen opgemaakt te worden voor de decreetsbepalingen van het middelen-, uitgaven- en programmadecreet.

De uitgewerkte begrotingsvoorstellen worden ten slotte bij de Inspectie van Financiën, het kabinet van de minister van Begroting, het kabinet van de minister-president, de kabinetten van de viceministers-presidenten en de afdeling BOB ingediend.

Vertrekkende van de begrotingsinstructies bereiden alle betrokken administratieve entiteiten van de Vlaamse Gemeenschap, in samenspraak met het bevoegde kabinet, hun begrotingsvoorstellen voor.

Door de afdeling Beleidsondersteuning en Begroting (BOB) van het departement Financiën en Begroting worden hiertoe, zowel wat de middelen als de uitgaven betreft, historische gegevens m.b.t. de begroting en de uitvoering ter beschikking gesteld zodanig dat de inhoudelijk bevoegde administraties en kabinetten zich hierop kunnen baseren bij het opmaken van hun begrotingsvoorstellen. Ook de budgettaire impact van de indexatieparameters wordt door de afdeling BOB aan de inhoudelijk bevoegde administraties en kabinetten overgemaakt.

Langs ontvangstenzijde wordt van de departementen en de agentschappen zonder rechtspersoonlijkheid een raming van de fiscale en niet-fiscale ontvangsten verwacht.  De inschatting dient te gebeuren binnen de notie constant beleid, dus enkel op basis van de thans geldende reglementering.  Bovendien moeten de voorstellen onderbouwd worden met volgende elementen:

  • bij decreet vastgestelde of wettelijke bepalingen die aan de basis liggen van de raming;
  • de realisaties uit het vorige begrotingsjaar;
  • recentelijk genomen beslissingen van de Vlaamse Regering op het vlak van tarieven, aanslagvoeten, heffingsgrondslagen en vrijstellingen;
  • parameters en wijze van berekening gebruikt bij de vaststelling van de raming.

Ook langs uitgavenzijde moeten de departementen en de agentschappen zonder rechtspersoonlijkheid voor alle vastleggingskredieten een begrotingsvoorstel indienen binnen de notie constant beleid.

Worden o.a. niet onder de notie constant beleid gerekend:

  • Beleidsmaatregelen waarbij de vraag naar overheidsoptreden het huidige overheidsaanbod overstijgt;
  • Kosten waarvan het prijsniveau sterker toeneemt dan de toe te passen index;
  • Opdrijven van het uitvoeringspercentage van decreten;
  • Budgettaire gevolgen van Europese verordeningen of van de aanpassing van Europese cofinanciering;
  • De vermindering van het dekkingspercentage van uitgaven met eigen ontvangsten;
  • Niet – of op beleidskredieten – gecompenseerde budgettaire meervragen voor personeelskredieten (lonen) ten gevolge van een personeelsuitbreiding die niet expliciet door de Vlaamse Regering werd toegestaan;
  • Het ter compensatie aanbieden van niet meer benodigde kredieten voor aflopende maatregelen of eenmalige initiatieven, waarbij deze beschikbare kredieten uit de algemene middelen werden toegekend;
  • Het niet bereiken van begrotingsdoelstellingen en/of niet naleven van afspraken m.b.t. tot de opbouw van begrotingssaldi.

Binnen de vastgestelde kredieten voor constant beleid kunnen budgettair gecompenseerde begrotingsaanpassingen – “compensaties” – worden doorgevoerd indien deze noodzakelijk worden geacht.

Enkel indien de economisch en budgettaire context het toelaat, kunnen er begrotingsvoorstellen voor nieuwe initiatieven ingediend worden.  Dit wordt vooraf vastgelegd in de begrotingsinstructies.  .

Elk begrotingsvoorstel dient voorzien te worden van de nodige verantwoording bij de kredietramingen.

Verder dienen voorstellen opgemaakt te worden voor de decreetsbepalingen van het middelen-, uitgaven- en programmadecreet.

De uitgewerkte begrotingsvoorstellen worden ten slotte bij de Inspectie van Financiën, het kabinet van de minister van Begroting, het kabinet van de minister-president, de kabinetten van de viceministers-presidenten en de afdeling BOB ingediend.

Vertrekkende van de begrotingsinstructies bereiden alle betrokken administratieve entiteiten van de Vlaamse Gemeenschap, in samenspraak met het bevoegde kabinet, hun begrotingsvoorstellen voor.

Door de afdeling Beleidsondersteuning en Begroting (BOB) van het departement Financiën en Begroting worden hiertoe, zowel wat de middelen als de uitgaven betreft, historische gegevens m.b.t. de begroting en de uitvoering ter beschikking gesteld zodanig dat de inhoudelijk bevoegde administraties en kabinetten zich hierop kunnen baseren bij het opmaken van hun begrotingsvoorstellen. Ook de budgettaire impact van de indexatieparameters wordt door de afdeling BOB aan de inhoudelijk bevoegde administraties en kabinetten overgemaakt.

Langs ontvangstenzijde wordt van de departementen en de agentschappen zonder rechtspersoonlijkheid een raming van de fiscale en niet-fiscale ontvangsten verwacht.  De inschatting dient te gebeuren binnen de notie constant beleid, dus enkel op basis van de thans geldende reglementering.  Bovendien moeten de voorstellen onderbouwd worden met volgende elementen:

  • bij decreet vastgestelde of wettelijke bepalingen die aan de basis liggen van de raming;
  • de realisaties uit het vorige begrotingsjaar;
  • recentelijk genomen beslissingen van de Vlaamse Regering op het vlak van tarieven, aanslagvoeten, heffingsgrondslagen en vrijstellingen;
  • parameters en wijze van berekening gebruikt bij de vaststelling van de raming.

Ook langs uitgavenzijde moeten de departementen en de agentschappen zonder rechtspersoonlijkheid voor alle vastleggingskredieten een begrotingsvoorstel indienen binnen de notie constant beleid.

Worden o.a. niet onder de notie constant beleid gerekend:

  • Beleidsmaatregelen waarbij de vraag naar overheidsoptreden het huidige overheidsaanbod overstijgt;
  • Kosten waarvan het prijsniveau sterker toeneemt dan de toe te passen index;
  • Opdrijven van het uitvoeringspercentage van decreten;
  • Budgettaire gevolgen van Europese verordeningen of van de aanpassing van Europese cofinanciering;
  • De vermindering van het dekkingspercentage van uitgaven met eigen ontvangsten;
  • Niet – of op beleidskredieten – gecompenseerde budgettaire meervragen voor personeelskredieten (lonen) ten gevolge van een personeelsuitbreiding die niet expliciet door de Vlaamse Regering werd toegestaan;
  • Het ter compensatie aanbieden van niet meer benodigde kredieten voor aflopende maatregelen of eenmalige initiatieven, waarbij deze beschikbare kredieten uit de algemene middelen werden toegekend;
  • Het niet bereiken van begrotingsdoelstellingen en/of niet naleven van afspraken m.b.t. tot de opbouw van begrotingssaldi.

Binnen de vastgestelde kredieten voor constant beleid kunnen budgettair gecompenseerde begrotingsaanpassingen – “compensaties” – worden doorgevoerd indien deze noodzakelijk worden geacht.

Enkel indien de economisch en budgettaire context het toelaat, kunnen er begrotingsvoorstellen voor nieuwe initiatieven ingediend worden.  Dit wordt vooraf vastgelegd in de begrotingsinstructies.  .

Elk begrotingsvoorstel dient voorzien te worden van de nodige verantwoording bij de kredietramingen.

Verder dienen voorstellen opgemaakt te worden voor de decreetsbepalingen van het middelen-, uitgaven- en programmadecreet.

De uitgewerkte begrotingsvoorstellen worden ten slotte bij de Inspectie van Financiën, het kabinet van de minister van Begroting, het kabinet van de minister-president, de kabinetten van de viceministers-presidenten en de afdeling BOB ingediend.