Eenjarigheidsbeginsel

De eenjarigheid of annaliteit van de begroting heeft betrekking op het feit dat de begroting jaarlijks door het Vlaams Parlement moet worden goedgekeurd en dat de invordering van de belastingen jaarlijks moet worden herbevestigd via een bepaling in het middelendecreet.  De begroting mag in principe dus slechts uitgaven en ontvangsten omvatten die betrekking hebben op één bepaald begrotingsjaar.  Een begrotingsjaar vangt hierbij steeds aan op 1 januari en eindigt op 31 december van hetzelfde jaar. 

Artikel 13, §2 van het Rekendecreet stelt dat op het einde van het begrotingsjaar het niet-aangewende gedeelte van de uitgavenkredieten geannuleerd wordt, met uitzondering van de variabele kredieten en van het begrotingssaldo van de diensten met afzonderlijk beheer.

Het decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de (aanpassing van de) begroting van het jaar X, beter bekend als het “programmadecreet”, is een normatief decreet dat de begroting kan begeleiden om de bepalingen van de begrotingsdecreten uitvoerbaar te maken.

Abonneren op RSS - Eenjarigheidsbeginsel