Decreetsbepaling

Voor bepaalde aangelegenheden kunnen door het Vlaams Gewest waarborgen gehecht worden aan aangegane leningen.  Voor deze waarborgen dient een decreetsbepaling opgenomen worden in het uitgavendecreet.

Voorbeeld uit de begrotingsopmaak 2013:

De vastleggingsmachtigingen die toegekend worden, zijn verzameld onder deze subtitel van het uitgavendecreet met uitzondering van deze die aan de intern verzelfstandigde agentschappen, de Vlaamse Instellingen van Openbaar Nut  en Diensten met Afzonderlijk Beheer  toegekend worden. Deze worden in het uitgavendecreet aan de diverse bepalingen betreffende elk van deze instellingen toegevoegd.  Zie hiervoor Diensten met Afzonderlijk Beheer of Vlaamse Rechtspersonen.

Via de opname van een decreetsbepaling in het uitgavendecreet kan aan een Vlaamse rechtspersoon de toestemming worden gegeven om voor een bepaald bedrag leningen, al dan niet met gewestwaarborg, op de kapitaalmarkt op te nemen.

Om subsidies te kunnen verlenen, is een decretale basis vereist. Indien deze decretale basis niet voorzien is in een inhoudelijk decreet, dan is er nog de mogelijkheid om deze decretale grondslag te creëren via een decreetsbepaling in het uitgavendecreet. In deze decreetsbepaling wordt zowel het begrotingsartikel waarop de subsidie wordt aangerekend, als een omschrijving van de subsidie opgenomen.

Extract uit de begrotingsopmaak 2013:

Binnen de perken van het betrokken begrotingsartikel kunnen volgende subsidies worden toegekend:

Het systeem van de niet-gesplitste kredieten, waarbij vastleggingen genomen in jaar X nog konden worden geordonnanceerd uiterlijk in jaar X+1, zorgde in gevallen waarbij facturen zeer laattijdig werden ingediend voor problemen om nog tot betaling ervan te kunnen overgaan na het verstrijken van jaar X+1. Een van de mogelijkheden om aan deze problematiek te remediëren, was de opname van een decreetsbepaling in het uitgavendecreet die toeliet om voor de opgenomen basisallocaties toch betalingen te verrichten later dan in jaar X+1. Deze uitgaven werden uitgaven vorige jaren genoemd.

Artikel 13, §2 van het Rekendecreet stelt dat op het einde van het begrotingsjaar het niet-aangewende gedeelte van de uitgavenkredieten geannuleerd wordt, met uitzondering van de variabele kredieten en van het begrotingssaldo van de diensten met afzonderlijk beheer.

Alleen in de bij wet bepaalde gevallen mogen uitgaven worden gedaan buiten het voorafgaand visum van de controleur van de vastleggingen.  Vaste uitgaven vormen één van deze gevallen.  Vandaar de opname van een decreetsbepaling in het uitgavendecreet waarin wordt gestipuleerd welke uitgaven onder de vorm van vaste uitgaven kunnen worden betaald. Een voorbeeld van vaste uitgaven zijn de salarissen van het onderwijzend personeel, die op een vlotte en tijdige manier moeten kunnen betaald worden. 

Dit betreft een categorie decreetsbepalingen uit het uitgavendecreet, waarin de geopende kredieten voor het begrotingsjaar in kwestie worden vastgesteld. 

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen de totalen voor de vastleggingskredieten, vereffeningskredieten en variabele kredieten.   

De mantel van het uitgaven- of middelendecreet bevat decreetsbepalingen die (tijdelijke) afwijkingen op de principes uit het Rekendecreet toestaan. 

Deze decreetsbepalingen worden ook begrotingsruiters genoemd.

De mantel bevindt zich vooraan in het decreet, voor de begrotingstabel.

Door op de subpagina's bij dit hoofdstuk te klikken, kunnen de besprekingen van de verschillende categorieën van decreetsbepalingen geraadpleegd worden.

Abonneren op RSS - Decreetsbepaling