Variabele kredieten

Horizontale tab

Vlaamse Begroting

Artikel 12 van het Rekendecreet stelt dat bij decreet specifieke ontvangsten kunnen worden toegewezen aan specifieke uitgaven. Als in de begroting ontvangsten zijn opgenomen die worden toegewezen aan specifieke uitgaven, ontstaan variabele uitgavenkredieten (VRK). De omvang van een variabel krediet wordt bepaald op basis van de in de loop van het begrotingsjaar effectief geïnde ontvangsten. Het gedeelte daarvan dat op het einde van het begrotingsjaar niet werd aangewend om verbintenissen aan te gaan of verplichtingen te boeken, wordt overgedragen naar het volgende begrotingsjaar en wordt bij het variabele krediet gevoegd dat in dat volgende jaar zal worden gevormd. Variabele kredieten vormen samen met de overeenkomstige toegewezen ontvangsten (TO) een begrotingsfonds.

Het variabel krediet is bijgevolg het bedrag van de raming van de toegewezen ontvangsten waarbij het saldo van het begrotingsfonds van het vorgaande jaar, evenals het vermoedelijke saldo van het begrotingsfonds op het einde van het jaar wordt ingecalculeerd.

Een begrotingsfonds kan enkel opgericht worden bij decreet waarbij de onvangsten (TO) en de uitgaven (VRK) van dit begrotingsfonds decretaal bepaald worden. Gelet op de nauwe band met de begroting worden begrotingsfondsen vaak opgericht bij programmadecreet.

Tags: