Six Pack, Two Pack en VSCB

Horizontale tab

Vlaamse Begroting

Het stabiliteits- en groeipact is aangepast door middel van het six pack (dat in december 2011 bindend werd) en het two pack (dat in mei 2013 van kracht is geworden). De regels zijn verder aangescherpt door het Verdrag inzake stabiliteit, coördinatie en bestuur in de EMU (VSCB) (dat in januari 2013 in werking is getreden in de 25 landen die partij zijn bij dit verdrag).

Een greep uit de (nieuwe) regels:

  • Maximum voor nominaal tekort en schuld: Het nominaal tekort mag maximaal 3% van het bbp bedragen en de schuld maximaal 60%; deze grenzen zijn vastgelegd in het stabiliteits- en groeipact en in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Ze zijn nog steeds geldig.
  • Gouden regel voor het begrotingsevenwicht voor 25 lidstaten: Volgens het Verdrag inzake stabiliteit, coördinatie en bestuur in de EMU (VSCB) moeten de begrotingen van de deelnemende lidstaten vanaf 2014 een evenwicht vertonen. Aan deze regel wordt geacht te zijn voldaan indien het jaarlijks structureel saldo voldoet aan de lidstaatspecifieke middellangetermijndoelstelling of het aanpassingstraject naar deze doelstelling, met als benedengrens een structureel tekort van 0,5% bbp (oplopend tot 1% indien de schuldquote ruim onder de 60% ligt en de risico’s voor de langetermijn houdbaarheid van de overheidsfinanciën laag zijn). De jaarlijkse structurele verbetering moet minimaal 0,5% van het bbp bedragen (grotere inspanning voor lidstaten met een schuldquote boven de 60%).
  • Flexibiliteit in tijden van crisis: Doordat het stabiliteits- en groeipact uitgaat van de onderliggende begrotingssituatie op middellange termijn, biedt het flexibiliteit in tijden van crisis..
  • Een nieuwe uitgavennorm: Volgens de nieuwe regels mogen de overheidsuitgaven niet sneller stijgen dan de potentiële bbp-groei op middellange termijn, tenzij er voldoende ontvangsten tegenover staan.
  • Meer aandacht voor schuld: Met de nieuwe regels is de schuldlimiet van 60% van het bbp operationeel geworden. Dit betekent dat de lidstaten aan de buitensporigtekortprocedure kunnen worden onderworpen als hun schuld meer dan 60% van het bbp bedraagt en niet voldoende afneemt (de schuld moet over een periode van 3 jaar gemiddeld met 1/20ste  per jaar van het verschil tussen de schuldgraad en de referentiewaarde van 60% afnemen).  
  • Scherpere regels inzake het onderliggend begrotingskader: set van minimumvereisten inzake boekhouding en statistiek, prognoses en planning, cijfermatige begrotingsregels, middellangetermijn begrotingskaders, onafhankelijke monitoring,  passende coördinatiemechanismen tussen de verschillende subsectoren van de gezamenlijke overheid, aandacht voor instellingen en fondsen niet opgenomen in de reguliere begroting, fiscale uitgaven, latente verplichtingen.
  • Verscherpte toezichtcyclus: o.m. indiening begrotingsplannen voor de middellange termijn in april, indiening jaarlijkse ontwerpbegrotingsplannen op 15 oktober waarover de Commissie een opinie aanneemt die kan leiden tot de vraag om een herzien ontwerpbegrotingsplan, frequentere monitoring van de begrotingsuitvoering, additionele rapporteringsverplichtingen voor lidstaten in de buitensporigtekortprocedure.
  • Snellere en meer automatische sancties bij niet naleving van de regels: lidstaten van de Eurozone kunnen reeds in de preventieve fase van het Stabiliteits- en Groeipact  sancties krijgen, die geleidelijk aan kunnen oplopen tot een boete van maximaal 0,5% van het BBP. De meeste besluiten inzake sancties worden aangenomen met omgekeerde gekwalificeerde meerderheid, m.a.w. boetes worden geacht te zijn goedgekeurd door de Raad tenzij een gekwalificeerde meerderheid van de lidstaten deze verwerpt.

Gebaseerd op http://europa.eu/rapid/press-release_MEMO-13-979_nl.htm

Diensten Afz. Beheer

Het stabiliteits- en groeipact is aangepast door middel van het six pack (dat in december 2011 bindend werd) en het two pack (dat in mei 2013 van kracht is geworden). De regels zijn verder aangescherpt door het Verdrag inzake stabiliteit, coördinatie en bestuur in de EMU (VSCB) (dat in januari 2013 in werking is getreden in de 25 landen die partij zijn bij dit verdrag).

Een greep uit de (nieuwe) regels:

  • Maximum voor nominaal tekort en schuld: Het nominaal tekort mag maximaal 3% van het bbp bedragen en de schuld maximaal 60%; deze grenzen zijn vastgelegd in het stabiliteits- en groeipact en in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Ze zijn nog steeds geldig.
  • Gouden regel voor het begrotingsevenwicht voor 25 lidstaten: Volgens het Verdrag inzake stabiliteit, coördinatie en bestuur in de EMU (VSCB) moeten de begrotingen van de deelnemende lidstaten vanaf 2014 een evenwicht vertonen. Aan deze regel wordt geacht te zijn voldaan indien het jaarlijks structureel saldo voldoet aan de lidstaatspecifieke middellangetermijndoelstelling of het aanpassingstraject naar deze doelstelling, met als benedengrens een structureel tekort van 0,5% bbp (oplopend tot 1% indien de schuldquote ruim onder de 60% ligt en de risico’s voor de langetermijn houdbaarheid van de overheidsfinanciën laag zijn). De jaarlijkse structurele verbetering moet minimaal 0,5% van het bbp bedragen (grotere inspanning voor lidstaten met een schuldquote boven de 60%).
  • Flexibiliteit in tijden van crisis: Doordat het stabiliteits- en groeipact uitgaat van de onderliggende begrotingssituatie op middellange termijn, biedt het flexibiliteit in tijden van crisis..
  • Een nieuwe uitgavennorm: Volgens de nieuwe regels mogen de overheidsuitgaven niet sneller stijgen dan de potentiële bbp-groei op middellange termijn, tenzij er voldoende ontvangsten tegenover staan.
  • Meer aandacht voor schuld: Met de nieuwe regels is de schuldlimiet van 60% van het bbp operationeel geworden. Dit betekent dat de lidstaten aan de buitensporigtekortprocedure kunnen worden onderworpen als hun schuld meer dan 60% van het bbp bedraagt en niet voldoende afneemt (de schuld moet over een periode van 3 jaar gemiddeld met 1/20ste per jaar van het verschil tussen de schuldgraad en de referentiewaarde van 60% afnemen).
  • Scherpere regels inzake het onderliggend begrotingskader: set van minimumvereisten inzake boekhouding en statistiek, prognoses en planning, cijfermatige begrotingsregels, middellangetermijn begrotingskaders, onafhankelijke monitoring, passende coördinatiemechanismen tussen de verschillende subsectoren van de gezamenlijke overheid, aandacht voor instellingen en fondsen niet opgenomen in de reguliere begroting, fiscale uitgaven, latente verplichtingen.
  • Verscherpte toezichtcyclus: o.m. indiening begrotingsplannen voor de middellange termijn in april, indiening jaarlijkse ontwerpbegrotingsplannen op 15 oktober waarover de Commissie een opinie aanneemt die kan leiden tot de vraag om een herzien ontwerpbegrotingsplan, frequentere monitoring van de begrotingsuitvoering, additionele rapporteringsverplichtingen voor lidstaten in de buitensporigtekortprocedure.
  • Snellere en meer automatische sancties bij niet naleving van de regels: lidstaten van de Eurozone kunnen reeds in de preventieve fase van het Stabiliteits- en Groeipact sancties krijgen, die geleidelijk aan kunnen oplopen tot een boete van maximaal 0,5% van het BBP. De meeste besluiten inzake sancties worden aangenomen met omgekeerde gekwalificeerde meerderheid, m.a.w. boetes worden geacht te zijn goedgekeurd door de Raad tenzij een gekwalificeerde meerderheid van de lidstaten deze verwerpt.

Gebaseerd op http://europa.eu/rapid/press-release_MEMO-13-979_nl.htm

Tags: