Gewestelijke belastingen

Horizontale tab

Vlaamse Begroting

De gewestelijke belastingen kunnen opgedeeld worden in twee groepen:

1. de eigenlijke gewestbelastingen op basis van de eigen fiscale autonomie

en

2. de oneigenlijke gewestbelastingen op basis van een toegewezen fiscale autonomie.

 

Een eigenlijke gewestbelasting is een belasting door een gewest ingevoerd – in het Vlaams Gewest via een decreet - op grond van artikel 170, §2, van de Grondwet. De gewesten hebben in beginsel de bevoegdheid om op autonome wijze om het even welke belasting in te voeren en daarvoor alle nodige wetgevende en uitvoerende maatregelen te treffen. Die fiscale bevoegdheid kan evenwel beperkt worden door de federale wetgever (voor “de uitzonderingen waarvan de noodzakelijkheid blijkt”). Een tweede beperking zit vervat in de wet van 23 januari 1989 door de fiscale autonomie uit te sluiten ten aanzien van materies die reeds door “de Staat” belast worden.

Enkele voorbeelden van eigenlijke gewestbelastingen zijn de leegstandsheffing bedrijfsruimten, de milieuheffingen en de planbatenheffing. 

 

Een oneigenlijke gewestbelasting is een belasting die oorspronkelijk werd ingevoerd door de federale wetgever op grond van artikel 170, §1, van de Grondwet en waarvan de opbrengst werd toegewezen aan de gewesten. Geleidelijk hebben de gewesten meer bevoegdheden gekregen. Sinds de vijfde staatshervorming zijn de gewesten bevoegd om de heffingsgrondslag, het tarief (de aanslagvoet) en de vrijstellingen te regelen. Deze belastingen worden toegewezen aan de gewesten in functie van hun lokalisatie. De dienst van de belasting wordt kosteloos uitgeoefend door de federale overheid, totdat het gewest de dienst overneemt. De belastbare materie van de oneigenlijke gewestbelastingen blijft een bevoegdheid van de federale overheid.

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de oneigenlijke gewestbelastingen, aangevuld met de ramingen (in duizend euro) voor 2014 (tweede begrotingsaanpassing) en 2015 (begrotingsopmaak).

 

2BA 2014

BO 2015

BO 2015 – 2BA 2014

Onroerende voorheffing

103.810

106.676

2.866

Belasting op de spelen en weddenschappen

36.169

36.169

0

Belasting op de automatische ontspanningstoestellen

28.406

28.406

0

Openingsbelasting

34

0

-34

Registratierechten

1.934.507

2.044.734

110.227

Hypotheekrechten

129.551

151.115

21.564

Verkeersbelasting op de autovoertuigen (inning IVA VLABEL)

993.204

999.501

6.297

Belasting op de inverkeersstelling (inning IVA VLABEL)

200.203

200.544

341

Eurovignet (inning FOD Financiën)

29.039

29.039

0

Eurovignet (inning IVA VLABEL)

52.532

53.173

641

Schenkingsrechten

305.826

343.594

37.768

Successierechten en recht van overgang bij overlijden

1.640.425

1.595.905

-44.520

Kijk- en luistergeld

0

0

0

Totaal

5.453.706

5.588.856

135.150

 

In tegenstelling tot de oneigenlijke gewestbelastingen, die stuk voor stuk algemene ontvangsten van de Vlaamse begroting zijn, zijn er onder de eigenlijke gewestbelastingen zowel algemene ontvangsten (bvb. leegstandsheffingen), als toegewezen ontvangsten (bvb. planbatenheffing) en ontvangsten van te consolideren instellingen (bvb. milieuheffingen bij Minafonds).  

 

Diensten Afz. Beheer

De gewestelijke belastingen kunnen opgedeeld worden in twee groepen:

1. de eigenlijke gewestbelastingen op basis van de eigen fiscale autonomie

en

2. de oneigenlijke gewestbelastingen op basis van een toegewezen fiscale autonomie.

 

Een eigenlijke gewestbelasting is een belasting door een gewest ingevoerd – in het Vlaams Gewest via een decreet - op grond van artikel 170, §2, van de Grondwet. De gewesten hebben in beginsel de bevoegdheid om op autonome wijze om het even welke belasting in te voeren en daarvoor alle nodige wetgevende en uitvoerende maatregelen te treffen. Die fiscale bevoegdheid kan evenwel beperkt worden door de federale wetgever (voor “de uitzonderingen waarvan de noodzakelijkheid blijkt”). Een tweede beperking zit vervat in de wet van 23 januari 1989 door de fiscale autonomie uit te sluiten ten aanzien van materies die reeds door “de Staat” belast worden.

Enkele voorbeelden van eigenlijke gewestbelastingen zijn de leegstandsheffing bedrijfsruimten, de milieuheffingen en de planbatenheffing.

 

Een oneigenlijke gewestbelasting is een belasting die oorspronkelijk werd ingevoerd door de federale wetgever op grond van artikel 170, §1, van de Grondwet en waarvan de opbrengst werd toegewezen aan de gewesten. Geleidelijk hebben de gewesten meer bevoegdheden gekregen. Sinds de vijfde staatshervorming zijn de gewesten bevoegd om de heffingsgrondslag, het tarief (de aanslagvoet) en de vrijstellingen te regelen. Deze belastingen worden toegewezen aan de gewesten in functie van hun lokalisatie. De dienst van de belasting wordt kosteloos uitgeoefend door de federale overheid, totdat het gewest de dienst overneemt. De belastbare materie van de oneigenlijke gewestbelastingen blijft een bevoegdheid van de federale overheid.

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de oneigenlijke gewestbelastingen, aangevuld met de ramingen (in duizend euro) voor 2014 (tweede begrotingsaanpassing) en 2015 (begrotingsopmaak).

 

2BA 2014

BO 2015

BO 2015 – 2BA 2014

Onroerende voorheffing

103.810

106.676

2.866

Belasting op de spelen en weddenschappen

36.169

36.169

0

Belasting op de automatische ontspanningstoestellen

28.406

28.406

0

Openingsbelasting

34

0

-34

Registratierechten

1.934.507

2.044.734

110.227

Hypotheekrechten

129.551

151.115

21.564

Verkeersbelasting op de autovoertuigen (inning IVA VLABEL)

993.204

999.501

6.297

Belasting op de inverkeersstelling (inning IVA VLABEL)

200.203

200.544

341

Eurovignet (inning FOD Financiën)

29.039

29.039

0

Eurovignet (inning IVA VLABEL)

52.532

53.173

641

Schenkingsrechten

305.826

343.594

37.768

Successierechten en recht van overgang bij overlijden

1.640.425

1.595.905

-44.520

Kijk- en luistergeld

0

0

0

Totaal

5.453.706

5.588.856

135.150

 

In tegenstelling tot de oneigenlijke gewestbelastingen, die stuk voor stuk algemene ontvangsten van de Vlaamse begroting zijn, zijn er onder de eigenlijke gewestbelastingen zowel algemene ontvangsten (bvb. leegstandsheffingen), als toegewezen ontvangsten (bvb. planbatenheffing) en ontvangsten van te consolideren instellingen (bvb. milieuheffingen bij Minafonds).

Tags: