Europees Semester

Horizontale tab

Vlaamse Begroting

Het Europees Semester, dat in 2010 is ingevoerd, zorgt ervoor dat de lidstaten hun begrotingsplannen en hun economische plannen op gezette tijden in het jaar bespreken met de Commissie en de andere lidstaten. Zo kunnen de lidstaten op elkaars plannen reageren en kan de Commissie tijdig beleidsadvies geven, voordat op nationaal niveau beslissingen worden genomen. De Commissie kijkt ook of de lidstaten op de goede weg zijn wat betreft de doelstellingen op het gebied van werkgelegenheid, onderwijs, innovatie, klimaat en armoedevermindering die zijn vastgelegd in de EU-groeistrategie op lange termijn, Europa 2020.

Tijdsschema

  • November: De cyclus begint elk jaar in november met de jaarlijkse groeianalyse (de algemene economische prioriteiten voor de EU), waarin de Commissie de lidstaten beleidsrichtsnoeren voor het komende jaar geeft.  In het waarschuwingsmechanisme-verslag worden de lidstaten onderzocht op macro-economische onevenwichtigheden. De Commissie brengt advies uit over de ontwerpbegrotingsplannen. Indien lidstaten significant afwijken van hun begrotingsverplichtingen volgend uit het Stabilteits- en Groeipact, kan de Commissie een herziening vragen van de ingediende ontwerpbegrotingsplannen (de Commissie brengt haar advies in dat geval reeds uit tegen eind oktober). De begrotingsplannen worden ook besproken door de ministers van Financiën van de eurozone.
  • December: De eurolanden stellen hun definitieve begroting vast en houden daarbij rekening met het advies van de Commissie en de ministers van Financiën.
  • Februari/maart: De jaarlijkse groeianalyse wordt besproken door het Europees Parlement en de betrokken EU-ministers (van werkgelegenheid, economie, financiën en concurrentievermogen) in de Raad. De Europese Raad stelt economische prioriteiten voor de EU vast op basis van de jaarlijkse groeianalyse. Rond deze tijd brengt de Commissie ook diepgaande evaluaties uit van de lidstaten waar macro-economische onevenwichtigheden dreigen (die in de het waarschuwingsmechanismeverslag worden genoemd).
  • April: De lidstaten dienen hun stabiliteits-/convergentieprogramma’s (begrotingsplannen op middellange termijn (3 jaar)) en hun nationale hervormingsprogramma’s (vorderingen inzake lidstaatspecifieke aanbevelingen en EU2020 doelstellingen) in, die moeten aansluiten bij alle eerdere EU-aanbevelingen. Eurolanden moeten de programma’s uiterlijk 15 april indienen, de overige EU-landen eind april. Eurostat publiceert gegevens over de schulden en tekorten van het afgelopen jaar. Daaruit kan worden afgeleid of de lidstaten hun begrotingsdoelstellingen halen.
  • Mei: De Commissie stelt landenspecifieke aanbevelingen voor: op maat gesneden beleidsadvies aan de lidstaten op basis van de prioriteiten van de jaarlijkse groeianalyse en de informatie uit de plannen die in april zijn ingediend.
  • Juni/juli: De Europese Raad keurt de landenspecifieke aanbevelingen goed en de EU-ministers bespreken ze in de Raad. De EU-ministers van Financiën keuren ze uiteindelijk goed in juli.
  • Oktober: De lidstaten van de eurozone dienen ontwerp-begrotingsplannen voor het komende jaar in bij de Commissie (15 oktober). Als een plan niet strookt met de middellangetermijndoelstellingen van het betrokken land, kan de Commissie dat land verzoeken een nieuw plan op te stellen.

Gebaseerd op http://europa.eu/rapid/press-release_MEMO-13-979_nl.htm

Diensten Afz. Beheer

Het Europees Semester, dat in 2010 is ingevoerd, zorgt ervoor dat de lidstaten hun begrotingsplannen en hun economische plannen op gezette tijden in het jaar bespreken met de Commissie en de andere lidstaten. Zo kunnen de lidstaten op elkaars plannen reageren en kan de Commissie tijdig beleidsadvies geven, voordat op nationaal niveau beslissingen worden genomen. De Commissie kijkt ook of de lidstaten op de goede weg zijn wat betreft de doelstellingen op het gebied van werkgelegenheid, onderwijs, innovatie, klimaat en armoedevermindering die zijn vastgelegd in de EU-groeistrategie op lange termijn, Europa 2020.

Tijdsschema

  • November: De cyclus begint elk jaar in november met de jaarlijkse groeianalyse (de algemene economische prioriteiten voor de EU), waarin de Commissie de lidstaten beleidsrichtsnoeren voor het komende jaar geeft.  In het waarschuwingsmechanisme-verslag worden de lidstaten onderzocht op macro-economische onevenwichtigheden. De Commissie brengt advies uit over de ontwerpbegrotingsplannen. Indien lidstaten significant afwijken van hun begrotingsverplichtingen volgend uit het Stabilteits- en Groeipact, kan de Commissie een herziening vragen van de ingediende ontwerpbegrotingsplannen (de Commissie brengt haar advies in dat geval reeds uit tegen eind oktober). De begrotingsplannen worden ook besproken door de ministers van Financiën van de eurozone.
  • December: De eurolanden stellen hun definitieve begroting vast en houden daarbij rekening met het advies van de Commissie en de ministers van Financiën.
  • Februari/maart: De jaarlijkse groeianalyse wordt besproken door het Europees Parlement en de betrokken EU-ministers (van werkgelegenheid, economie, financiën en concurrentievermogen) in de Raad. De Europese Raad stelt economische prioriteiten voor de EU vast op basis van de jaarlijkse groeianalyse. Rond deze tijd brengt de Commissie ook diepgaande evaluaties uit van de lidstaten waar macro-economische onevenwichtigheden dreigen (die in de het waarschuwingsmechanismeverslag worden genoemd).
  • April: De lidstaten dienen hun stabiliteits-/convergentieprogramma’s (begrotingsplannen op middellange termijn (3 jaar)) en hun nationale hervormingsprogramma’s (vorderingen inzake lidstaatspecifieke aanbevelingen en EU2020 doelstellingen) in, die moeten aansluiten bij alle eerdere EU-aanbevelingen. Eurolanden moeten de programma’s uiterlijk 15 april indienen, de overige EU-landen eind april. Eurostat publiceert gegevens over de schulden en tekorten van het afgelopen jaar. Daaruit kan worden afgeleid of de lidstaten hun begrotingsdoelstellingen halen.
  • Mei: De Commissie stelt landenspecifieke aanbevelingen voor: op maat gesneden beleidsadvies aan de lidstaten op basis van de prioriteiten van de jaarlijkse groeianalyse en de informatie uit de plannen die in april zijn ingediend.
  • Juni/juli: De Europese Raad keurt de landenspecifieke aanbevelingen goed en de EU-ministers bespreken ze in de Raad. De EU-ministers van Financiën keuren ze uiteindelijk goed in juli.
  • Oktober: De lidstaten van de eurozone dienen ontwerp-begrotingsplannen voor het komende jaar in bij de Commissie (15 oktober). Als een plan niet strookt met de middellangetermijndoelstellingen van het betrokken land, kan de Commissie dat land verzoeken een nieuw plan op te stellen.

Gebaseerd op http://europa.eu/rapid/press-release_MEMO-13-979_nl.htm

Tags: